Allerheiligen

Remmen piepen op de parkeerplaatsen van supermarkten en op oprijlanen van bloemisten. Mensen spoeden zich zonder elkaar in het voorbijgaan te groeten om vlak voor sluitingstijd nog wat chrysanten te bemachtigen. De bloemen, die worden gekweekt in hoeveelheden waarmee men hele landschappen zou kunnen toedekken, vliegen als zoete broodjes over toonbanken. Hier en daar verkocht voor een habbekrats, twee bakken voor de prijs van een. Zonder enige eerbied worden ze in kofferbakken geslingerd. Allerheiligen.

Plastic potten met witte, gele, paarse of donkerrode chrysanten verhullen ongeduldige gelaatsuitdrukkingen van hen die dit weekend over mijn begraafplaats rennen alsof de duur van een bezoek aan een graf gelimiteerd is. Mocht ik mij nog onder de uwen begeven dan zou ik zowaar onder de voeten worden gelopen door al dat plichtsgevoel. Hoe groter de potten, hoe beter, zo lijkt het. Pronkstukken, zo komen ze mij voor. Ik neem mijn hoed af voor de hedendaagse handelaren, ze hebben het goed begrepen.

Ofschoon ik mijzelf hier neerzet als zijnde het bewijs van een eindeloos voortbestaan, is het mij er niet om te doen om een discussie te starten over het al dan niet existeren van een hiernamaals. Ik laat de overtuigingen graag aan ieders vrije keuze. Evenmin wil ik de indruk wekken dat ik deze dagen een bijzondere inspanning ga leveren. Ik eer de overledenen elke ochtend. Als de chrysant niet in zo groten getale zijn opwacht zou maken, zouden de gedenkdagen waarschijnlijk aan mijn geheugen ontglippen. Een november Allerheiligen. Twee november, Allerzielen. Maar zie, ik ben dan ook niet van deze wereld.

 

Intentie

Verstaat u mij niet verkeerd, bedrijvigheid op de begraafplaats doet me genoegen. En als er een gedenkdag nodig is om drukte te bewerkstelligen, dan zij dat zo. Het is de intentie waarmee de bloem van het eeuwige leven gelegd wordt, die mij aanspoort om mijn relaas te doen. Het afraffelen van het ritueel. Het uitleven van poetsdriften opdat de grafsteen voor het oog van de buitenwereld glimt gelijk een spiegel.

Natuurlijk geldt dat niet voor iedereen, laat dat hier geschreven zijn. Ik zie heel veel mensen die hun naasten niets dan warmte komen brengen, wel meer dan eens per jaar. Anderen dompelen hun dierbaren op andere plaatsen dan op begraafplaatsen onder in liefde. Hen ben ik dankbaar tot in de eeuwigheid.

Het is de bezoeker die zijn wéérzin moet overwinnen die ik wil vragen oprecht stil te staan bij de overledene. Bij datgene wat hij of zij heeft achtergelaten. Waar hij of zij voor stond. Want als u dan toch naar een begraafplaats gaat, waarom maakt u er dan geen bijzonder moment van? Zonder telefoon in uw hand? Ik voorspel u een grote dosis voldoening.

Wie niet kan nalaten om een pot chrysanten te kopen die boven andere potten uitsteekt, maar in werkelijkheid elders dan op de begraafplaats zou willen zijn, zou ik willen toefluisteren: schijnheiligheid dient noch de heiligen, noch de overledenen. Het is vooral de commercie die daar wel bij vaart.

Ik meen het…. U hoeft niet perse iets mee te brengen. Zolang u maar zorgt dat uw hart van de partij is.

 

Dyamos

 

Terug naar homepage

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.