De wrok van Paula

Regelmatig verscheen Paula aan het graf van haar broer. Aanvankelijk dacht ik dat ze hem een zielengroet wilde brengen, maar na het bestuderen van haar lichaamstaal begreep ik dat ze andere bedoelingen had.

Vanochtend zag ik haar opnieuw staan, handen in de zij en de voeten op heupbreedte neergezet. Ze droeg zwarte veterlaarsjes waarvan de hakken waren afgesleten, bijna tot op de zolen. De blond-grijze haardos, met punten die zo vast in elkaar klitten dat er geen borstel meer doorheen kon, oogde viltig. Alleen een schaar kon hier nog soelaas bieden. De tot net iets boven de enkels vallende bruine jurk met vale plekken ter hoogte van haar schoot en rond de ellenbogen, bevestigde het beeld dat ik van haar had, ze had bij leven stevig moeten aanpoten. Ik liep naar haar toe. ‘Goedemorgen.’

Zonder opkijken riep ze: ‘Zo! Ben je daar eindelijk?’

‘O…Ik wist niet dat je rekende op mijn komst.’

‘Niet? Vreemd, meneer weet toch zo goed wat er hier op dit kerkhof allemaal gebeurt?’

‘Veel, niet alles.’

‘Dan weet je zeker ook niet dat de doden over je praten.’ Ze hief haar opengevouwen hand en wees ermee naar de omliggende graven. ‘Ze hebben me gewaarschuwd. Als je naar buiten gaat, ben je vroeg of laat aan de beurt. Dan komt er een dag waarop de goeroe met je wil praten. Zogenaamd ten diensten van ons overledenen. Maar, waarschuwden ze, let op, voor je het weet tikt hij je op de vingers en kun je verantwoording afleggen voor datgene wat je tijdens je leven achterwege hebt gelaten.’

Ik legde mijn hand op haar onderarm. ‘Paula, ik ben geen goe…’

Onmiddellijk petste ze me op de vingers waarop ik meteen terugtrok. Ze gooide het haar over haar linker schouder en keek naar me op. Haar blik was strak. De blauwe ogen gleden langs mijn gestalte, van boven naar beneden en weer terug. ‘Onze lieve heer heeft vreemde kostgangers.’ Daarop nam ze de kraag van mijn mantel tussen duim en wijsvinger en wreef zachtjes over de stof. ‘Deftige bedoening, hoor. Alsof je er hier nog iets aan hebt.’

‘Laten we zeggen dat ik er het beste van probeer te maken. Dat zou jij ook kunnen overwegen, Paula.’

‘Ha! Daar zul je heer D hebben met z’n mooie praatjes. Zo noemen ze je toch? Heer D?’

Ik reikte haar de hand, ze keek ernaar maar nam hem niet aan. ‘Dyamos,’ stelde ik me voor, ‘aangenaam, wat mij betreft.’

 

En dan vertelt Paula

 

‘Laat me raden, je vraagt je af waarom ik hier naar dit graf sta te staren.’

Ik knikte.

Ze gebaarde met haar hoofd naar de grauwe steen terwijl ze haar armen in elkaar vouwde, ‘Hij hier, Karel, dat was mijn lieve broer.’

‘Zoveel is mij bekend.’

‘De schijnheiligheid zelve, kan ik je melden.’ Ze wachtte even, alsof ze toch twijfelde, maar ging toen verder. ‘Ik dacht dat hij mijn grote beschermer was en dat hij er altijd voor me zou zijn, maar godsamme, wat ben ik stom geweest, zeg. Dat je je zo in je eigen familie kunt vergissen. Het leek wel een vreemde voor me toen ik naar de erfenis van onze vader informeerde. Ja, moeder hadden we amper gekend, die was al overleden toen ik nog maar net vier en hij zes was. Maar toen pa dood was en de erfenis verdeeld moest worden, nou, toen liet meneer zich in de kaarten kijken.’

‘Misschien kunnen we even…..’

‘Hij had de halve inboedel ingepikt, nog voordat ik de kans had gehad om te kijken wat Pa had nagelaten. Erg hè, het enige dat nog in zijn huisje stond waren wat oude meubels; een krakend bed dat stonk naar rotte eieren; twee stoelen waarvan de ruiten stof was aangevreten door de motten en een wiebeltafel. Wat klein spul lag er ook nog, prullaria dat je aan de straatstenen niet kwijt kon. Maar al wat van waarde was? Achterover gedrukt, uit het huis gehaald nog voordat de man goed en wel onder de grond lag. Ik had geen poot om op te staan, want pa had natuurlijk niks geregeld. Hij zou nog niet overwogen hebben om geld uit te geven aan een notaris. Sterker nog, als onze pa van te voren had geweten wanneer hij zou omkiepen, had hij al z’n centen ingeslikt zodat hij ze mee het graf in had kunnen nemen, zo’n krent was het wel.’

Ik hief mijn hand om iets te zeggen maar wederom petste ze me op de vingers.

‘Dat ik toch niet gezien heb dat mijn broer zijn genen had, zeg. Alsof hij het nodig had, hij had verdorie een hartstikke rijke vrouw getrouwd. Maar ik was alleen, Heer D. Ik had niks. Het was ook niet dat ik veel wilde hebben, ik hoopte enkel op een goeie zakcent zodat ik na de scheiding mijn leven weer op de rit kon krijgen. En… ik vroeg om een dierbare herinnering aan onze jeugd, de klok die op de schouw stond, die had ik altijd mooi gevonden. Dat was toch niet te veel gevraagd? Maar denk maar niet dat mijn broer thuis gaf. Hij zei dat mijn vader alles had opgemaakt en z’n hele boeltje verkocht had, lang voordat hij overleden was. Alsof ik dat niet geweten zou hebben.’

 

Discussie

 

Ze nam een korte adempauze, daar maakte ik snel gebruik van. ‘Kwam je nog thuis bij je vader?’

‘Zeg, luister je eigenlijk wel? Wat moest ik thuis doen? Mijn vader was geen fijne man, dat vertel ik net. Heb je enig idee waarom ik hier sta?’

‘Zeker. Om een ruzie over de dood heen uit te vechten.’

‘Stel het maar negatief, heer D. Stel het maar negatief. Al wat ik wil is zijn excuus. Maar ja, het is lang wachten op de dag dat de lafaard naar buiten durft te komen.’

‘Dat klinkt niet erg hartelijk. Ik in zijn plaats zou op zo’n uitnodiging niet ingaan.’

Ze stampvoette in de kiezelsteentjes, zo hard dat ze stof deed opwaaien. ‘Ik heb recht op een verklaring!’

‘Was er bij leven dan geen gelegenheid om het uit te praten?’

‘Had ik dat kletsverhaal nog twintig keer aangehoord, dan had ik hem niet geloofd! Ik heb de dief de rug toegedraaid. Daags na dat gesprek heb ik hem gezegd dat ik hem nooit meer wilde zien. Nooit meer.’

Daarop vroeg ik haar of ze zich nooit had afgevraagd of Karel destijds de waarheid had  gesproken, misschien had haar vader inderdaad z’n hele hebben en houden over de balk gesmeten. Ze luisterde wel naar mijn woorden, maar reageerde er niet op. Daarentegen trok ze met haar linker voet een spoor in de kiezels. Eerst een halve maan, vervolgens maakte ze er een grote cirkel van. Toen ze klaar was zei ze: ‘Deed hij vroeger altijd, een cirkel maken waar we in konden dansen tot in de eeuwigheid. In die cirkel kon niemand aan me komen. Karel wilde niets liever dan dat ik veilig was.’

‘Dat klinkt niet als iemand die jou zou willen bestelen, wel?’

‘Je brengt me aan het twijfelen, heer D, door mijn gedachten in een andere richting te sturen, dat doe je met opzet.’

‘Enkel om je bewust te maken van het feit dat het conflict mogelijk op een misverstand berust.’

‘Denk je dat ik daar niet over heb nagedacht?’

‘Over nagedacht, maar niet gehandeld?’

Ze haalde haar schouders op. ‘Je weet toch hoe dat gaat. Wachten tot St. Juttemis op excuses totdat er op een dag een overlijdensbrief in de bus valt.’

‘Ah….De gelegenheden om de kwestie uit te praten voorbij geleefd zonder te controleren of de conclusies juist getrokken zijn en vervolgens onder de ballast van wrok te rusten gelegd worden… dat is wel heel verdrietig, niet?’

Ze wendde haar gezicht af zodat ik niet meer in haar ogen kon kijken. Maar ik had al lang gezien dat ze probeerde zich te verbijten om haar verdriet niet de vrije loop te laten.

‘Kijk,’ zei ze, ‘dat is nou precies de reden waarom de meesten hier jou zo’n engerd vinden. Je roert met je vinger in oude wonden, zo lang totdat het pijn doet.’

‘Enkel om je erop te attenderen dat het nooit te laat is om je gekwetste hart te helen.’

Voorzichtig glimlachend draaide ze zich om en stapte uit de cirkel. ‘Dat weet ik heus wel, zo’n kwaaie ben je nou ook weer niet.’ Ze stak haar hand uit, erop rekenend dat ik hem zou aannemen. ‘Aangenaam, heer D…Dyamos.’

‘Het genoegen is geheel mijnerzijds. Maar eh…wat nu, Paula?’

‘Tja… wat nu?’ Ze keek weer naar de grafsteen van haar broer. ‘Ik mag ter plekke dood neervallen als hij destijds de waarheid heeft gesproken, maar laat hem verschijnen als het echt zo is!’

Onmiddellijk overviel ons een duisternis nog zwarter dan de nacht. Ik zag geen hand voor ogen meer maar hoorde het in de verte wel donderen. Niet dreigend, het ritme klonk eerder vriendelijk. Een paar tellen later klikte de zon het daglicht weer aan en liet haar warmtestralen tussen de bomen door op Karels graf neerdalen. Hij zat op het hoekje van de steen, zijn helderblauwe ogen glommen van pret. ‘Ter plekke dood neervallen? Dat is wel erg makkelijk gezegd hier, vind je ook niet?’

Paula liet zich op haar knieën zakken. Ze wilde wel iets zeggen, maar dat lukte niet omdat ze huilde en lachte tegelijk. Daarom krabbelde Karel overend en strompelde naar zijn zusje toe om haar overend te helpen. ‘Kom,’ zei hij en leidde haar naar de cirkel, ‘laten we dansen samen, zoals vroeger.’

Ja,’ bracht ze fluisterend uit. ‘Samen. Tot in de eeuwigheid.’

 

Conclusies op basis van aannames, beter controlere men bij leven of ze wel juist zijn……  

 

Was geschreven, Dyamos

 

4 gedachten over “De wrok van Paula

  1. Ontroerend mooi stukje heer D. En af en toe juweeltjes van zinnen. Vraag me dan af of dit ligt aan de ontwikkeling van uw schrijfster, of dat u haar die influistert. Maakt ook eigenlijk niet uit. Er waren dagen dat ik moest werken aan mijn eerste meesterwerk en dank zij de hulp van de toenmalige redacteur kwamen er nog meer diamantjes in mijn taal van toen. Jullie samenwerking is subliem en sublimeert naarmate de serie vervolgt. Ik kijk uit naar weer nieuwe verhalen.

    1. Een hartelijk goedemiddag weer,

      Dank voor de lieve complimenten. Ik denk dat samenwerken met het universum, op welke manier die samenwerking ook tot stand komt – u ontmoette de goede redacteur niet voor niets op dat moment in uw leven – op termijn beter wordt omdat het vertrouwen groeit, denkt u ook niet?

      Ik geniet altijd van uw commentaren. Ze zetten opnieuw aan tot overdenken.

      Met groet,
      Dyamos

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *