De dromen van een vlinder

Haar verschijning deed denken aan een vlinder. Ze huppelde altijd kris kras tussen de graven door terwijl ze haar armen als vleugels liet klapperen. Haar jurk, citroengeel, zwierde om haar tengere lijf en had punten die sluierden rond haar polsen en kuiten. Zag ze mij, dan kwam ze even naar me toe. Bij wijze van begroeting cirkelde ze een paar maal om mij heen om vervolgens weer weg te vlinderen. Maar in de meeste gevallen merkte ze mijn aanwezigheid niet eens op omdat ze alsmaar naar de wolken staarde. Vanochtend echter, zat ze stilletjes op een boomstronk, haar vingers speelden met een geplukte roos.

 

Ik liep naar haar toe. ‘Goedemorgen Vlinder.’

 

Glimlachend keek ze op. ‘Vlinder? Wat bijzonder.’ Ze liet de roos op haar schoot vallen en legde de hand op haar hart. ‘Ik heb altijd al een mooie naam willen hebben. Mag ik hem houden?’

 

‘Hij is je met liefde gegeven.’

 

Ze hupte naar het randje van de boomstronk en nodigde me uit om naast haar te komen zitten. ‘Vandaag ben ik speciaal voor jou verschenen, Dyamos.’ Haar stem klonk zangerig.

 

In gesprek

 

‘Wat een aangename verrassing,’ antwoordde ik en ging zitten. ‘Ik droom al tijden van deze zielenontmoeting.’

 

Schaterlachend gooide ze de lange blonde krullen over haar schouders. ‘Laat ik nou toch naar hier gekomen zijn om met jou te praten over dromen.’

 

‘Dat verbaast mij allerminst, je bent nogal een dromerig type.’

 

‘Dat is altijd zo geweest.’

 

‘Interessant. En waar droomde je dan van?’

 

‘Over het leven natuurlijk. Altijd over het leven, Dyamos. Over hoe het had kunnen zijn.’

 

‘Over hoe het had kunnen zijn maar niet was? Heb je nooit je dromen geleefd?’

 

‘Dromen kun je niet leven.’ Ze hief het wijsvingertje. ‘Dromen zijn bedrog.’

 

‘Enkel wie gelooft dat dromen bedriegen, zal bedrogen uitkomen,’ antwoordde ik.

 

Ze keek me aan en knipperde extra lang met haar ogen. Daarna: ‘Dromen zijn om te dromen, ze heten dromen omdat ze in de werkelijkheid niet kunnen bestaan. Geloof me, ik kan het weten.’ Andermaal knipperde ze overdreven lang met haar ogen terwijl ze diep in de mijne staarde. Ik wist niet of ze daarmee wilde aangeven dat ze mijn opmerking stompzinnig vond of dat ze wat tijd rekte om tot een antwoord te komen. Ik wachtte totdat ze weer ging praten: ‘Ik heb altijd geleerd dat je het Universum moet vragen om datgene wat je wenst. Dat zodra je een droombestelling geplaatst hebt, het Universum voor je aan de slag gaat om de zaken voor jou te regelen. Kijk, zo.’ Ze legde beide handen op haar mond en fluisterde er iets in, vouwde vervolgens de handen weer open en blies de wenswoorden naar de hemel. ‘Mooi he, alleen jammer dat het niet werkt. Mij werd helemaal niks bezorgd.’

 

‘Ik ben ervan overtuigd dat het Universum altijd luistert, het wil niets liever dan samenwerken met de mens. Soms worden wensen vervuld enkel omdat de vrager een rotsvast vertrouwen in het Universum heeft. Maar er zijn ook dromen die inspanning en toewijding van de besteller vragen. Zeg me Vlinder, had je dat vertrouwen? Wat heb je zelf bijgedragen om tot de verwezenlijking van je dromen te komen?’

 

Nu werden haar ogen nog groter. ‘Zelf bijgedragen? Wat bedoel je? Ik heb echt wel geprobeerd om kunstenares te worden hoor. Ik heb geschilderd, gedanst, gezongen en gedichten geschreven. Maar ja, ik werd niet ontdekt. Nee, het werkt niet.’

 

‘Lijkt erop dat je het spel niet volgens de spelregels gespeeld hebt. Een bestelling plaatsen en wachten totdat er een bode zich aan de voordeur meldt met de vraag of je de wereld misschien iets te bieden hebt, werkt inderdaad niet. Telkens oude dromen door nieuwe vervangen, nog voordat het Universum de kans heeft gekregen om de vrager terwille te zijn evenmin. Om bepaalde dromen uit te laten komen, zul je tot actie over moeten gaan. Wie niet de wereld ingaat of altijd maar met het hoofd in de wolken zweeft, ziet de kansen die het Universum aanreikt niet liggen.’

Ik keek even om te zien hoe de boodschap viel. Blijkbaar had ik haar volledige aandacht, met een knikken waarvan een zekere dwang uitging spoorde ze me aan om mijn relaas voort te zetten. Ik legde haar uit dat bij het verwezenlijken van gedroomde levensdoelen zelfdiscipline vereist is. Zelfdiscipline, toewijding, overgave en geloof in eigen kunnen. Zo’n sterk geloof in eigen kunnen dat maakt dat elke dag een stap wordt gezet in de richting van verwezenlijking. Ik zei haar dat bereidheid vereist is om juist die stappen te nemen waarvan op voorhand niet duidelijk is waarheen ze leiden. ‘Vlinder, het bereiken van doelen is weten dat mislukkingen bij het leven horen. Het is fouten durven maken en daarvan leren. Je moet durven vallen, opstaan en opnieuw proberen. Volharden en oefenen. Zelfdiscipline dus.’

 

‘Zelfdiscipline? Bah, vies woord.’

 

‘Hangt ervan af hoe je ertegenaan kijkt. Wie zijn verlangen zo serieus neemt en de discipline weet op te brengen om te doen wat nodig is om het beste in zichzelf naar boven te halen, geeft daarmee aan zichzelf de moeite van inspanning waard te vinden. Als je zelfdiscipline als een vorm van zelfliefde interpreteert, is het helemaal niet zo’n vies woord.’

 

‘Dat heb je prachtig gezegd.’ Ze pakte de roos van haar schoot en stak hem ter hoogte van het linker oor in het haar. Daarna sprong ze overend en draaide driemaal in de rondte. ‘Zo jammer dat de antwoorden te laat komen.’ Ze hief haar armen op en wapperde met haar vingers. Langzaam richting wolken, alsof ze mijn woorden aan een windvlaag wilde meegeven zodat ze konden vervliegen. Daarna richtte ze zich weer tot mij. ‘Mag ik vragen Dyamos, welke grote droom heb jij geleefd?’

 

‘Dat is nu niet belangrijk,’ antwoordde ik. ‘Ik ben gekomen om over jouw wensen te praten.’

 

‘Oooh,’ ze hief opnieuw het wijsvingertje. ‘Iedereen die hier op deze begraafplaats met jou in gesprek gaat opent zich, maar jouw waarheid blijft opgesloten in je hart. Dat is niet eerlijk.’

 

Die opmerking raakte mijn zere been, ik moest echt even slikken.

 

‘Nou? Vertel op.’

 

‘Ik heb geen droom geleefd, ik had een missie te vervullen.’

 

‘Poeh, poeh. Gewichtig hoor.’

 

‘Zo zou ik het niet willen duiden. Ik werd geacht om in de voetsporen van mijn vader te treden nadat hij overleden was. Eigenlijk was ik te jong om hem op te volgen, ik had nog te weinig levenservaring opgedaan. Maar het kon niet anders toen, ik moest. Daardoor was er geen ruimte om te dromen, ik had enkel plichten na te komen. Ik betwijfel nu of ik toen anders…’

 

‘Te laat! De dood heeft onze verlangens ingehaald.’

 

De vlucht van Vlinder

 

Ze pakte de roos uit het haar en wierp hem mij toe. Lachend draaide ze een pirouette op haar tenen, tenminste dat probeerde Vlinder te doen. Maar ze kon de pose niet vasthouden. Ze wist ook niet hoe de draaicirkel rond te laten zijn. Om haar misstapjes te verbloemen, hupte ze op en neer. Nu en dan maakte ze een grote sprong en spreidde haar benen tot ongelijke hoogte om vervolgens op haar hakken te landen. Een aantal malen verloor ze bijna het evenwicht maar dan mocht haar pret niet drukken. ‘Ik dans Dyamos. Hoe doe ik het? Eerlijk zeggen.’

 

‘Eerlijk?’

 

‘Ja. Heel erg eerlijk.’

 

‘Erbarmelijk.’

 

Mijn oprechtheid deed haar proesten: ‘Kan me niet schelen. Ik durf te wedden dat jij ook niet kunt dansen.’

 

Ik zette mijn hoed af, stak de roos naast de veren en zette hem weer op. ‘Dat zal je nog verbazen.  Daar waar ik vandaan kom Vlinder, werd wel degelijk energie gestoken in de leer van het dansen. Het was onderdeel van mijn opvoeding.’

 

‘Dan moet je mij leren.’

 

‘Met alle plezier.’ Ik stond op en nam haar bij de hand. Ik deed haar voor: Links, rechts, vooruit, achteruit. Daarbij legde ik uit over ritme en zo meer. ‘Wie wil leren,’ zei ik, ‘moet bereid zijn om nieuwe stappen te zetten.’

 

‘O,’ zei ze, ‘maar ik doe het altijd zo. Kijk!’ Huppelend rende ze weer over de kiezels. ‘Kom, nu moet jij mij volgen.’

 

‘Maar je wilde toch van mij leren? Nu doe je wat je altijd doet. Als je elke dag hetzelfde doet, dan leer je alleen datgene wat je al kunt nog beter te kunnen, maar je boekt geen vooruitgang.’

 

‘Wat maakt het uit? Kom, volg mij.’

 

Ik deed het. Althans, ik probeerde het. Maar telkens als ik het gevoel had dat ik een stap rechts moest doen, waaierde zij naar links. Meende ik eindelijk een patroon in haar passen te herkennen, cirkelde ze precies de andere richting uit dan waar ik verwachtte dat ze zou gaan. Ik was op het laatst zo geconcentreerd om rondjes te draaien die vierkant moesten zijn dat ik haar uit het oog verloor. Ik stopte en keek om me heen. Aan het einde van het pad zag ik nog net wat gele voiles fladderen. Vlinder, mogelijk vloog ze achter een nieuwe droom aan, een nog mooiere dan die ze al gedroomd had. Wellicht was dat haar levensdoel geweest, onbekommerd zijn en daar vliegen waar zij zich prettig voelde. Ik pakte de roos van mijn hoed, rook eraan en dacht aan de vrije vlucht van de vlinder die ik niet wist te volgen. Wie had hier vandaag van wie te leren?

 

Gegroet,

 

Dyamos

 

 

 

 

 

4 gedachten over “De dromen van een vlinder

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *