Onvrede met de dood

Had ik geweten wat ik nu weet, dan had ik anders geleefd. Sterker nog, dan had ik geleefd. Dan was ik in mijn jonge jaren de belhamel geweest die ik altijd al wilde zijn. Een dondersteen die de krenterige bakkersvrouw in d’r dikke derriere schopt en koekjes van haar bakplaat grist. Mocht ik mijn pad opnieuw kunnen belopen, dan ging ik gekleed als een aftandse schooier. Ik zou de dochters van de over het paard getilde notabelen met hun trouwerij gelukwensen en de vrolijke ongenode gast uithangen. Me volvoeren met hartige traktaties en aan de met hoogmoed opgedirkte wijventafel van stand aanschuiven. Ik sluit niet uit dat ik ongegeneerd een bil van mijn stoel zou lichten om een wind te laten ontsnappen, opdat de dames een voor een in onmacht zouden vallen. Ach mensen, ik had eenieder zo vals als een krijsende papegaai moeten toezingen. Ik had het licht in de duisternis moeten dansen.

 

Herinneringen

Nu zwalk ik tussen de grafzerken, mijmerend over hoe mijn leven had kunnen zijn. Op gedenkdagen zoals Allerheiligen en Allerzielen komt mijn hartzeer naar boven. Ik observeer de mensen die samenkomen om hun overleden dierbaren bloemen te brengen. Ik wou dat ik een bloem kon leggen. Ik wou dat ik een roos kon leggen bij het graf van mijn grote liefde wiens toewijding ik als vanzelfsprekend beschouwde; bij de gedenkstenen van mijn nakomelingen die elkander bevochten om mijn aandacht. Zij kregen niet de waardering die ze verdienden. Al wat ik hoorde was de roep van de plicht. Vooreerst de schapen op het droge, daarna ruimte voor een warm gezinsleven.

Ik verwees het geluk naar een toekomst waar ik nooit ben aangekomen. Noch mijn eega, noch mijn nazaten hebben ooit geweten hoeveel ze voor mij betekenden. Ze zijn geborgen op een plaats die voor mij onbereikbaar is. Ik kan niet bij hun graven. Mij resten enkel herinneringen in mijn gebroken hart. Ach, had ik toch het einde zien naderen, dan had ik mijn liefde voor hen uitgeschreeuwd. Zo vaak dat ze het niet meer konden aanhoren. Wellicht had ik dan vrede kunnen sluiten met de dood.

 

Heeft u iemand nog iets liefs te vertellen? Spreek het uit, mensen. Spreek bij leven.

 

Dyamos

 

Terug naar homepage

 

6 gedachten over “Onvrede met de dood

  1. Tja lieve Anita….. Daarom zeg ik dus vaker dat ik blij met je ben en om je geef! Overigens iets anders; zowel toon als taal van Dyamos vond ik in dit verhaal ontroerend mooi en eenvoudig eerlijk! Alleen al de 2 beginzinnen: pareltjes! Dyamos zou ik adviseren om in de situatie waar hij zich NU bevind ene Anita maar een stevig te bedanken voor de prachtige, authentieke stem die ze hem af en toe geeft.

    1. Beste Han,

      Met liefde geef ik uw hartelijkheid door aan Anita, de schrijfster waarmee ik het samenwerkingsverband ben aangegaan. Ik mag u namens haar al even liefdevol terug groeten. Ze was blij met uw complimenten. En na uw manende toon, dat ik mijn dank aan haar moet laten blijken, heb ik natuurlijk onmiddellijk daad bij uw woorden gevoegd.

      Met hartelijke groet,

      Dyamos

  2. Geachte heer D,

    Bedankt dat u uw inzichten met ons deelt. Ook al behoort u niet tot het menselijk ras, niets menselijks is u vreemd, zo schijnt.
    Wellicht toch dat uw nazaten wel voelden hoe dierbaar ze voor u waren. Uitspreken is niet altijd makkelijk, maar liefde is vaak te zien in een blik in de ogen, een lichte aanraking of misschien juist wel een felle woordenwisseling.

    1. Geachte Andrea,

      Liefde blijkt niet alleen uit woorden. Ik weet zeker dat ze gevoeld hebben dat ze belangrijk voor mij waren. Dat hebben zij mij ook getoond en gegeven. Maar ik weet ook hoezeer het kroost naar erkenning verlangt, iedereen wil gezien worden, vooral door ouders. En daarin ben ik zeker tekort geschoten. Dat kan ik niet meer veranderen, maar ik kan de boodschap gelukkig wel doorgeven.

      Dank voor uw opbeurende woorden, doen mij goed.

      Met hartelijke groet,

      Dyamos

  3. Heer Dyamos
    Ditmaal ontroerde u me, nee sterker nog u raakte me recht in mijn hart. U kwam aan een plek waar het steeds meer pijn doet. Niet omdat ik niet geleefd heb zoals ik dat wilde maar omdat ik mijn moeder met mijn manier van leven veel leed heb aangedaan. Zij was als u, plicht, plicht, plicht voorop. Inderdaad, eerst de schaapjes op het droge. En toen ik er wat op het droge had, ging ik er liederlijk mee om. Ik verkwiste mijn geld aan mijn stoutste dromen. Ze begreep het niet, ze begreep niet dat je het leven. leven kunt. Heer Dyamos, u verleidt mij tot gelijkwaardige overdenkingen. Daarvoor ben ik u dankbaar. Ik heb geen spijt en tegelijk ook weer wel.

    1. Beste Elle,

      Het ene pad is het andere niet. Ouders denken er goed aan te doen om de plicht, wellicht opgelegd door andere ‘plichtgevoeligen’, door te geven. Ik ben ervan overtuigd dat diep in eenieder de wens schuilt om aan leven toe te komen. Maar wanneer de tijd door anderen in bezit wordt genomen, worden eigen behoeften naar de laatste plaats verwezen. Op een gegeven moment raakt die behoefte in de vergetelheid en wordt het volbrengen van taken een gewoonte.
      Uw moeder heeft de spiegel die u haar voorhield waarschijnlijk wel gezien, maar kon ze er ook naar kijken? Deed u haar aan iemand denken? Riep uw handelen ondraaglijke pijn op? Of heeft ze gekeken maar kon ze echt niet begrijpen? Had ze uitleg nodig? Ik weet het niet.
      Ik kan enkel voor mijzelf spreken. Ik keek een andere kant op omdat ik wilde doen als mijn vader. Ik wilde hem niet teleurstellen. Daarbij verzuimde ik om mijn nazaten echt goed te leren kennen. Ik hoop mijn ‘spijtstraf’ in te lossen door me te verdiepen in andere zielen en juist datgene te waarderen wat hen uniek maakt. Het werkt wel, al vrees ik dat mijn had-ik-maar nooit helemaal zal overgaan.

      Met hartelijke groet,

      Dyamos

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.