Ik of het ego?

Onlangs ving ik een gesprek op tussen Ikje en Ego. Ik vond het wel amusant, daarom heb ik het uitgeschreven. 

Een discussie

‘Ach,’ sprak Ego tot Ikje, ‘kom maar achter mij staan, dan zal ik jou beschermen.’

‘Ik weet niet Ego, ik denk dat het beter is dat ik voor mezelf opkom.’ 

Ego’s ogen groeiden. ‘Ga jij me nou vertellen dat je mij niet nodig hebt?’

‘Excuseer Ego. Ik wil je niet kwetsen. Maar ik zou zo graag zelf een keer een sprong in het diepe wagen.’

‘Interessant. En hoe wou je dat doen?’

‘Ik heb altijd al een wereldreis willen maken. Ik ga er een jaar tussenuit.’

‘Een wereldreis?’ Ego hief het vingertje. ‘Dat kan zomaar niet. Hoe moet dat met je baan?’

‘Die ga ik opzeggen. Als ik terugkom vind ik vast wel iets anders.’

‘Zo zo Ikje,’ Jij denkt dat de maatschappij op jou zit te wachten. Laat me niet lachen.’  

‘Ik wil op zoek naar mezelf,’ zei Ikje. 

‘Op zoek naar jezelf? Bespaar de moeite. Ik heb lang geleden al voor jou uitgezocht wie jij bent.’ 

‘Maar ik wil het zelf doen!’

Ego deed een stap naar voren en keek Ikje recht in de ogen. ‘Een jaar lang rondtrekken over de wereld? Je weet niet waar je aan begint. Er loert overal gevaar.’

‘Ik loop heus niet in zeven sloten tegelijk. Ik wil groeien Ego.’

‘Ach, lief kleintje. Nietig pietepeuterig Ikje, vertrouw gewoon op mij. Zo’n grote reis is niks voor jou. Dat kun jij helemaal niet aan.’

‘Waarom zou ik dat niet aankunnen?’ vroeg het Ikje. 

‘Een wereldreis moet je goed voorbereiden. Je moet de reis tot in detail uitstippelen. Jij weet toch net zo goed als ik dat het voorbereiden van een groot project jou niet gegeven is.’

‘Ik heb alles uitgezocht. En ik heb voldoende geld gespaard.’

‘Goed. Als je perse een mislukking wil beleven, wanneer vertrekken we?’

‘Het spijt me Ego, maar ik ga jou niet meenemen.’

Ego’s ogen vatten vlam. ‘Dat moest er nog bijkomen, dat je mij hier achterlaat. Wie heeft jouw rug recht gehouden in het leven? Wie was er voor je als je faalde? Ik Ikje. Ik heb jou altijd helpen vermannen zodat de buitenwereld je voor vol kon aanzien.’

‘Hoe anderen naar me kijken interesseert me niet meer. Het gaat er in het leven om hoe ik naar mezelf kijk.’

Ego blies zichzelf op tot twee maal de grootte van Ikje. ‘Ik heb je verteld hoe je naar jezelf moet kijken!’

‘Klopt. En ik heb jouw woorden ook altijd geloofd. Maar nu weet ik beter. Je hebt me voorgelogen.’

‘De brutaliteit. Ik heb je behoed voor onheil,’ schreeuwde Ego en het blies zich op tot aan de boomkruinen.’

Ikje keek ertegenop en zei: ‘Al groei je tot aan de hemel, ik laat me door jou niet langer intimideren.’

‘Je hebt mijn bescherming nodig, anders overleef je niet.’

‘Dat heb ik ook altijd gedacht. Maar toen wist ik niet beter. Nu wel. Jij wil een schijnwerkelijkheid beschermen. Daartoe dwing je mij om gebakken lucht te verkopen. Ego, je hebt mij een masker opgezet omdat jij bewonderd wil worden. Jouw drang naar erkenning maakt dat ik doe wat anderen willen. Jij wil aardig gevonden worden. Maar zeggen wat anderen willen horen is alles behalve aardig. Dat is onecht, Ego. Ik ben niet echt en jij bent niet echt. En daarom ga ik dat masker afzetten.’ 

‘Waag het niet! Zonder mij stel jij helemaal niks voor!. Je bent een mislukkeling, een miezerig stuk onbenul. Jij bent niemand. Hoor je, niemand. Falen zul je, jankend in een hoekje liggen blèren. En wie mag je komen redden als je ligt te creperen?’

Ikje bukte zich en pakte een takje van de grond. 

‘Wat ga je doen?’ 

‘Misschien heb je gelijk, Ego. Wie weet, val ik in een enorm gat en kom ik daar nooit meer uit. Maar zolang jij aan het roer van mijn leven staat, zal ik nooit weten of ik mezelf kan redden. Ik moet erachter komen wie ik ben. En daarom angstig Egootje van me, wil ik je bedanken voor je bewezen diensten. Ik heb jou niet langer nodig.’ 

Ikje hief beide handen en prikte met het takje Ego lek.

Spijtig

Lang geleden voerde ik een soortgelijke discussie met mezelf. Aan het end, toen mijn glorie was vergaan. Ik realiseerde me dat ik een creatie van mijn gedachten was geweest. Gedachten gebaseerd op het verschaffen van aanzien en op andermans verwachtingen. Ik stelde de overtuigingen van mijn voorvaderen boven de mijne omdat ik naar erkenning hunkerde. Ik leefde andermans leven omdat ik het mijne niet op waarde schatte. Aan het end dacht ik, wat spijtig. 

Nu geloof ik dat leven bedoeld is om het eigen ik te vinden. Om erachter te komen wie het ik wil zijn, hoe het op anderen wil reageren en wat het ik zelf wil doen zonder dat het wordt beïnvloed door oude overtuigingen of ideaalbeelden die de media voorschotelt. Dat is mogelijk als het ik verantwoordelijkheid wil dragen voor eigen doen en laten; als het zichzelf accepteert en van zichzelf houdt zoals het geboren is. Een groot leven of een klein leven is dan niet langer van belang. Als het ik zichzelf genoeg is, dan komt het goed. 

Met genoegen,

Dyamos

3 gedachten over “Ik of het ego?

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.