Lente is lief

Stralend van geluk gniffelt de zon om de blauwe hemel. “Wat heerlijk,” roept ze, “eindelijk lente. Zo verkwikkend als de dagen weer lengen.” Haar warmte blijft niet onopgemerkt, ondergronds wekken de boomwortels de planten, tezamen rekken ze zich uit om verbinding met de aarde te zoeken. Krokus durft zijn nek als eerste uit te steken en stookt het paarse viooltje op om zijn muziek te laten opbloeien. In het bos zetten de bosanemoontjes hun witte kraagjes op, omdat ze met zovelen zijn lijkt het alsof de lente een bloemendeken heeft uitgespreid. Zachtroze kleurt de boom met knoppen die zich openen als tulpen, Magnoliabloei. Japanse sierkers kan natuurlijk niet achterblijven, zijn takken laten duizenden roze bloemetjes bloesemen. 

Lente in het water

“Kwaak,” brult de heidekikker als hij ontwaakt uit zijn winterslaap. “Voorjaar? Dan wordt het tijd om een frisse duik te nemen. Kwaak.” Zodra hij in het water springt trekt hij een blauwe jas aan, immers, de tijd van baltsen is aangebroken. Hij heeft flink wat concurrentie, allemaal kikkers om hem heen die blauw zien van opwinding. De ene “baltser” wil voor de andere niet onderdoen, waar zijn ze, de lieve kikkervrouwtjes?  Eenmaal gepaard is kikker tevreden en neemt hij zijn bruine schutkleur weer aan. 

De trotse fuut blaast op zijn trompet: “Fuuterdefuut.” Zijn wit gemaskeerde kop is getooid met een bruinrood kroontje en zwarte kopveren. Meneer is een heuse romanticus. Hij tilt zichzelf boven het water uit, kuif rechtop en borst naar voren. Hij wil dansen met de liefde van zijn leven. Vrouwtje Fuut mag dat wel, een heer die zo z’n best doet, ze laat zich graag door hem leiden tijdens de paringsdans. Schuddebuikend cirkelen ze over het water, ja, zo’n charmante fuut mag zich vader noemen van haar kinderen. Hij voelt zich niet te goed om te broeden, daarom houden ze om toerbeurten de eitjes warm. Als de kleintjes geboren worden, nemen papa en mama ze op de rug, totdat ze de koude kunnen trotseren en zelf goed kunnen zwemmen. 

Eenzame lentegang

Als egel ontwaakt uit zijn winterslaap gaat hij allereerst op zoek naar voedsel, dat doet hij vooral s ‘nachts. Zowel zijn reukvermogen als gehoor zijn bijzonder goed ontwikkeld, opdat hij kevers, rupsen, regenwormen en slakken kan opsporen. Overigens heeft hij slechte tafelmanieren, hij smakt en snuift tijdens het kauwen alsof het een lieve lust is. 
Egel is een “Einzelgänger,” maar om zich voort te planten zal hij toch een partner moeten zoeken. Dat kan hij op z’n gemakje doen, want de paringstijd breekt pas in mei of juni aan. Meneer besnuffelt dan het snoetje van het vrouwtje, zij besnuffelt hem. Een eerste indruk kan bedrieglijk zijn, eerst even aftasten, zijn ze voor elkander wel bestemd? Snoetje tegen snoetje cirkelen ze op hun pootjes. Alsof ze in een draaimolen zitten, daarom wordt deze stoeipartij ook wel “egelcarrousel” genoemd. Zie, meneer ziet het “egelen” wel zitten, maar het is het vrouwtje dat bepaalt of en wanneer de stekels neer te leggen. Na de geboorte blijven de kleintjes bij hun moeder totdat ze zelfstandig zijn. En vader egel? Alleen was hij gekomen, alleen is hij gegaan. 

Lentespelen

Op grasvelden en weiden staan de hazen op hun achterste poten. Er is een vrouwtje gesignaleerd en zij heeft haar minnaar nog niet uitgekozen. Maar door uiterlijk laat de bronstige moerhaas zich niet leiden, zij heeft haar zinnen op een krachtige minnaar gezet. En dat is niet tegen dovehaasoren gezegd. De heren luiden de klokken, wat volgt is een heuse bokswedstrijd. Met voor- en achterpoten bevechten ze elkander, wie wint maakt kans om te paren. Toch geven de verliezers zich nog niet gewonnen als de strijd gestreden is. Rondom het liefdespaar vormen ze een kring en kijken toe of de bokskampioen de moerhaas ook wel echt weet te verleiden. Het  verliezersgeduld wordt beloond als plotseling mevrouw het hazenpad kiest. Dan ligt de wedstrijd weer helemaal open. Onmiddellijk zetten de mannetjes de achtervolging in. Dit keer test ze het uithoudingsvermogen, het is namelijk aan de rammelaar met de beste conditie waaraan de moerhaas zich zal overgeven. 

Citroenvlinders, dagpauwogen en kleine vosjes, ze zijn in de winter in hoekjes gekropen of hebben zich verstopt in een holle boom, maar omdat de lente lief is, fladderen ze weer naar buiten. Merels laten hun kelen rollen en zingen hun schelhoge liederen om de lijsters te overtroeven en de hommelkoningen verlaten hun holen om te “hommelen.” Straks mogen hun nazaten uitvliegen en van bloem naar bloem hopsen om de vruchtbaarheid door te geven, al wat ze hoeven doen is hun pootjes aan de meeldraden afvegen.

Ach mensen, de lente is zo lief. Respecteer de natuur en weest u alstublieft ook lief voor de lente. 

Met hartelijke groeten, 

Dyamos

4 gedachten over “Lente is lief

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.