Van een nieuwe Paasvertelling komt het, wanneer eieren worden uitgenodigd voor een Paasbal, georganiseerd door de Keizer van de gekleurde eieren. Doch niemand die van harte erheen gaat, de bruine eieren niet en de witte eieren ook niet.

Eieren over Pasen

Categorie:

Korte Verhalen

Datum:

28 maart 2021

Eieren over Pasen

Categorie:

Korte Verhalen

Datum:

28 maart 2021

Eieren over Pasen

Categorie:

Korte Verhalen

Datum:

28 maart 2021

Van een Paasbal voor eieren

Een keizerlijke uitnodiging voor een Paasbal? Het bruine ei kijkt ernaar als kome het uit een ei.
Zijn kompaan leest mee. ‘Gaan we erheen?’
‘Nee Eierkop, wij vieren het Paasfeest niet.’
‘Maar het staat in de boeken geschreven! En wat geschreven is, is geschreven.’
‘Over eieren heb ik in de boeken niet gelezen.’
‘In de mythe van de Griekse Godin Ostara wordt verhaald
over een meisje dat traantjes liet om een gewond vogeltje. Ostara veranderde het beestje in een haas en ze beloofde het kind dat hij elk jaar terug zou keren om gekleurde eieren te leggen.’
‘Zeg mij Eierkop, wie gelooft er vandaag de dag nog in mythen?’
‘De eieren werden rood geschilderd, in de kleur van de vruchtbaarheid. Daarmee werd een nieuw begin geduid,
dat moet gevierd.’
‘Een nieuw begin?’ Opperei grijnst. ‘Daags na Pasen vervalt iedereen in het oude.’
‘Ongelovige Thomas!’
‘R
ealistisch Eierkop, niet ongelovig. Denk je nou echt dat de Keizer ons uitnodigt om met gekleurde en witte eieren te paasdansen?’
‘Maar ik heb met de Witten nog een eitje te pellen.
‘Aha!’ zegt Opperei, ‘dus dat is het hele eiereten. Zeg dat dan.’
‘Dus we gaan?’
‘Op een voorwaarde. Geen verkleedpartijen, we zijn onszelf genoeg!’
Zuchtend stemt Eierkop in, beter een half ei dan een lege dop.

Onderwijl bij de witte eieren

‘We gaan niet,’ roepen de eieren in de wei.
‘Waarom niet?’ vraagt Kopstuk.
‘Omdat geschilderde eieren enkel ter vertier dienen,’ zegt Scharrelaar. ‘Bovendien worden er te veel eieren geverfd.’ Hij mengt zich tussen de anderen. ‘Het is de waarheid,’ zegt hij aan elk ei dat wil horen. ‘Zodra de eerste lol eraf is, worden wij op een schaal gelegd. Ter decoratie!’ Even lonkt hij naar een krieleitje maar zet dan zijn scharreltocht voort. ‘De helft van ons wordt niet eens gegeten. We blijven liggen totdat we rieken naar rotte eieren. Dan wacht ons de vuilnisbelt.’
‘Luistert goed,’ roept Kopstuk. ‘Wij zijn door de Keizer uitgenodigd voor een gekostumeerd Paasbal. We gaan. De gekleurde eieren willen helpen met het schilderen van onze schalen. Dat is toch eiig?
‘Daar zou ik geen eieren onder willen leggen,’ antwoordt Scharrelaar. ‘Wat als er een verrader in het spel is? Die met onze vijand heult? Het zou mij niet verbazen als er een gevaarlijk gif in die eierverf zit. Stel je voor, dan halen we de decoratieschaal niet eens. Weten we zeker dat de bruine eieren met dezelfde verf beschilderd worden?’
Kopstuk wurmt zich een weg door de menigte en stapt op de eierfluisteraar af. ‘
Het is onnodig om in te zitten over ongelegde eieren, Scharrelaar.
Daarop blikt Scharrelaar naar de grond. ‘Excuses Kopstuk, ik liet mij door gedachtespinsels leiden. Natuurlijk ga ik mee. Waar jij gaat, zal ik gaan.’
Kopstuk kijkt hem doordringend aan. ‘Het zal mij benieuwen.’

Van een voorbereiding

Bij de gekleurde eieren lopen ze op eieren. Zo’n Paasbal organiseren is beslist geen kleinigheid. Alles moet nog klaargezet, en er moet ook aandacht besteed aan de beveiliging. Er komen namelijk veel eieren bijeen die zich wijzer wanen dan de kippen. Dat leidt ongetwijfeld tot gekibbel. Reden waarom sommigen al berouw hebben van het initiatief. Maar ja, het Paasfeest is met veel bravoure aangekondigd. En om met hennen te spreken, wie wil kakelen, zal eieren moeten leggen.

Speciaal voor de gelegenheid heeft de butler een groen jacket aangetrokken met bordeauxrode onderschaal. Keizer draagt een blauwe cape met witte bontkraag. Hij spreekt keizerlijk. ‘Butler, schaf nieuwe eierverf en penselen aan, dan studeer ik nog even op mijn betoog.’
‘Appeltje eitje Heer,’ antwoordt de dienaar en gaat meteen aan de slag. Hij vraagt zijn kameraden alle kleuren van de regenboog voor een appel en een ei aan te kopen. ‘Let wel,’ roept hij hen na, ‘enkel kleuren op natuurbasis.’ Dan bespreekt hij het protocol met de bewakers. Eenmaal alles gereed, zegt hij zijn keizer: ‘Het ei is gelegd, Heer.’
‘Luister Butler,’ Keizer kijkt keizerlijk, ‘zodra de witte eieren tegenover de bruine staan, zal het ongemak naar de lucht stijgen. Maar weest gerust, als het lukt om te bemiddelen tussen partijen, wordt alles weer koek en ei.’

kookpunt

In de wei zijn de bruine en witte eieren bijeengekomen. De geverfde eieren hebben zich strategisch opgesteld, in het midden. Het is hen zowaar gelukt om de gasten tot rust te bedaren. Tijd voor Keizer om de menigte toe te spreken. Dan plots, net op moment van aanvang, stapt een bruin ei naar voren. Het is Eierkop. Hij pakt een penseel, dompelt deze in de verf en beschildert zichzelf met rode stippen.
‘Wat doe je?’ vraagt het bruine Opperei. ‘We zouden ons toch niet bekladden met verf?’
‘Een gekostumeerd Paasbal,’ antwoordt Eierkop, ‘zo stond op de uitnodiging geschreven.’
‘Sluit jij je nou aan bij de Gekleurden?’
‘Ik ben uit een ander ei dan jij gebroed, Opperei. Jouw strijd is niet de mijne.’
‘Mijn strijd is niet de jouwe? Wie sprak van een eitje pellen? Je hebt me hierheen gelokt, dat is hoogverraad!’
‘Hoogverraad,’ schreeuwt de bruine achterban.

Onmiddellijk zijn de Gekleurden op hun hoede, het geroezemoes van de bruine eieren voorspelt niet veel goeds. De onrust brengt ook de witte eieren aan het wiebelen.
Scharrelei scharrelt richting het midden. Daar wordt hij tegengehouden door Hermelijn, de nar onder de gekleurde eieren. ‘Wat doe je hier, jij hoort toch bij de Witten?’
‘Ik? Nee hoor, ik rol hier toevallig voorbij. Ik ken dat hele groepje niet.’
Daarop scharrelt hij door naar de bruine eieren en zegt tegen Opperei: ‘Bij dat witte groepje aan de overkant, ligt een heet eitje in de ketel.’
‘Hmm… ben jij niet een van hun?’
‘Niet meer,’ antwoordt Scharrelei, ‘ik kon daar mijn ei niet kwijt.’
‘Wat heb je te melden?’ vraagt Opperei.
‘Ze denken dat jullie hen willen vergiftigen; dat jullie met de verf gerommeld hebben.’
‘Wat?! Oproerkraaiers!’ roept Opperei naar de Witten. ‘Jullie zijn oproerkraaiers!’
‘Van die boer geen eieren!’ schreeuwt het witte kopstuk terug, ‘Jullie zijn huichelaars.’ ‘Alsof wij Bruinen naar hier gekomen zijn om jullie eierverf te vergallen. Wie bedenkt zoiets?’

Voor even zijn de Witten de kluts kwijt. Heeft er iemand doorverteld dat er intern gesproken is over gifverf? Onherroepelijk glijden hun blikken naar het midden, naar de Gekleurden. Hebben zij dit gerucht verspreid? Om hen tegen de Bruinen op te zetten? Wat een valse streek.

‘Heer!’ roept Butler, ‘dit Paasbal nadert het kookpunt. Zo dadelijk wordt er hier met eieren gegooid.’
Keizer stapt naar voren en beziet of hij de massa tot zwijgen kan bedaren. Even later stapt hij weer terug. ‘Het is te laat, de eieren koken al van woede.’
‘Maar Heer! We moeten toch iets doen, anders vallen er slachtoffers.’
‘Laat hen het gevecht maar uitvechten,’ antwoordt Keizer, ‘je zult zien, eenmaal uitgeraasd, is alles weer koek en ei.’

Eitje-tik

Butler laat zich naar de rivier rollen om koud water te halen. Misschien kan hij de eieren doen schrikken voordat ze uit hun schalen barsten.
Helaas, bij terugkomst ziet hij dat er een veldslag is uitgebroken. De bruine eieren delen tikken uit aan de Gekleurden. De Gekleurden op hun beurt, petsen de Witten van het veld. En de witte eieren, ook niet vies van een potje eitje-tik, rollen richting de Bruinen om ze te bevechten. Butler laat zijn emmertje vallen en mengt zich tussen de heetkoppen om de gemoederen te sussen. Als een kip die haar ei niet kwijt kan, rent hij van links naar rechts en door het midden. Ongeschonden brengt hij het er niet vanaf, want iedereen slaat als een blinde naar een ei.

Aan het end van de middag liggen overal eierschalen op het gras. Butler verzamelt de puzzelstukjes van kostuums.
Dan komt Scharrelaar aanrollen. ‘Laat me helpen met het verzorgen van de gewonden.’
‘Kom je altijd met het zout als het ei op is?’ vraagt Butler.
‘Het spijt me. Ik panikeerde. Maar dat komt omdat ik me zo alleen voel in het verzet tegen verkwisting. Ik word maar niet gehoord, terwijl ik toch iedereen bewust probeer te maken van …’
Butler springt op en eiertikt Scharrelaar op de kop. ‘Weten wanneer te zwijgen is ook een kunst. Ga aan het werk!’
‘Goed,’ zegt Scharrelaar een tikje kreunend, ‘maar weet dat hierover het laatste ei nog niet gelegd is.’

Al die Paasvertellingen worden niet begrepen, concludeert Butler. Een nieuw begin? Het mocht wat. Een begin maken met het herhalen van de geschiedenis zullen ze bedoelen! Alle eieren nog an toe, dat men nog steeds om de verschillen elkander voor rot ei uitmaakt, Butler begrijpt het niet. Van binnen is iedereen gelijk, en in het diepst van het hart wenst iedereen hetzelfde: Liefde, levensgeluk en de boel een beetje op orde krijgen. Hij kijkt naar zijn gehavende kameraden. In een strijd als deze zijn enkel verliezers te betreuren, immers, alle eieren zijn gebroken. Behalve Keizer, denkt Butler, die staat erbij en kijkt ernaar.

Was Paasverhaald,

Dyamos…✍🏼

Niet van deze Wereld | Quote

Categorieën

Niet van deze Wereld | verhalenblog | Dyamos

Archief

EIIGE UITDRUKKINGEN

Nog een eitje te pellen: met iemand nog een vermanend onderhoud te voeren.

Dat is het hele eiereten: zo zit de zaak in elkaar.

Beter een half ei dan een lege dop: beter iets dan niets.

Daar zou ik geen eieren onder willen leggen: daar zou ik niet op vertrouwen.

Inzitten over ongelegde eieren: zich druk maken over zaken die nog moeten komen.

Op eieren lopen: op de tenen lopen, zeer voorzichtig handelen.

Eieren wanen zich wijzer dan de kippen: kinderen denken beter te weten dan de ouders.

Wie kakelt moet eieren leggen: belofte maakt schuld.

Appeltje, eitje: heel gemakkelijk.

Voor een appel en een ei: voor een laag bedrag.

Het ei is gelegd: Het is klaar.

Alles weer koek en ei: de sfeer is weer goed.

Uit een ander ei gebroed: hij/zij is anders.

Ei niet kwijt kunnen: niet de gelegenheid hebben om zich te uiten.

Een eitje in de ketel hebben: iets achter de hand hebben. De verteller heeft hier de uitdrukking verbasterd tot “een heet eitje in de ketel hebben,” waarmee hij wil aangeven dat er onheil op het vuur staat. Wel nu, dat is geinig niet, al schrijvende worden nieuwe uitdrukkingen geboren.

Van die boer geen eieren: Dat pikken we niet.

Rennen als een kip die haar ei niet kwijt kan: onrustig heen en weer rennen.

Als een blinde naar een ei slaan: zomaar een slag slaan.

Met het zout als het ei op is: helpen als het te laat is.

Daar is het laatste ei nog niet over gelegd: dat is nog een probleem.