‘Goedelente,’ grapt de plaaggeest. Goedelente? Alsof Dyamos van een goedelente wil weten. Tijdens de grote renovatiewerkzaamheden op de begraafplaats heeft hij zich in zijn hangmat verscholen. Daar was het aangenaam winterslapen. Hij wil nog wel even blijven hangmatten.

Goedelente

NvdW
Categorie:

Korte Verhalen

Datum:

27 maart 2022

Goedelente

NvdW
Categorie:

Korte Verhalen

Datum:

27 maart 2022

Goedelente

NvdW
Categorie:

Korte Verhalen

Datum:

27 maart 2022

Toen vanochtend het lentezonnetje in mijn gezicht stak en de koolmezen hun hoogschelle “fietfuut-fietfuut” in mijn oren floten, heb ik mijn hoofd onder mijn hoed verstopt. Alsof het aan aan hen was om mij uit mijn winterslaap te halen.

Even later werd er zachtjes aan mijn hangmat gerammeld; ik liet me deinen zonder me te roeren. Daarop verhoogde de treiteraar tikkeltje bij beetje het rammeltempo. U doet uw best maar, dacht ik, mij nog lang niet gezien. Op gegeven moment lag het tempo zo hoog dat ik me met samengeknepen ogen en verstrakte lippen aan het doek moest vastgrijpen. U rade wat geschiedde, op het bijna hoogste punt, waar de mat om zijn as dreigde te rollen, moest ik loslaten en duvelde op de grond.

‘Goedelente,’ grapte de plaaggeest.

Toen vanochtend het lentezonnetje in mijn gezicht stak en de koolmezen hun hoogschelle “fietfuut-fietfuut” in mijn oren floten, heb ik mijn hoofd onder mijn hoed verstopt. Alsof het aan aan hen was om mij uit mijn winterslaap te halen.

Even later werd er zachtjes aan mijn hangmat gerammeld; ik liet me deinen zonder me te roeren. Daarop verhoogde de treiteraar tikkeltje bij beetje het rammeltempo. U doet uw best maar, dacht ik, mij nog lang niet gezien. Op gegeven moment lag het tempo zo hoog dat ik me met samengeknepen ogen en lippen verstrakt aan het doek moest vastgrijpen. U rade wat geschiedde, op het bijna hoogste punt, waar de mat om zijn as dreigde te rollen, moest ik loslaten en duvelde op de grond.

‘Goedelente,’ grapte de plaaggeest.

Toen vanochtend het lentezonnetje in mijn gezicht stak en de koolmezen hun hoogschelle “fietfuut-fietfuut” in mijn oren floten, heb ik mijn hoofd onder mijn hoed verstopt. Alsof het aan aan hen was om mij uit mijn winterslaap te halen.

Even later werd er zachtjes aan mijn hangmat gerammeld; ik liet me deinen zonder me te roeren. Daarop verhoogde de treiteraar tikkeltje bij beetje het rammeltempo. U doet uw best maar, dacht ik, mij nog lang niet gezien. Op gegeven moment lag het tempo zo hoog dat ik me met samengeknepen ogen en lippen verstrakt aan het doek moest vastgrijpen. U rade wat geschiedde, op het bijna hoogste punt, waar de mat om zijn as dreigde te rollen, moest ik loslaten en duvelde op de grond.

‘Goedelente,’ grapte de plaaggeest.

‘Goedelente,’ zei het zonnetje,

‘laat het voorjaar maar stralen…’

‘Goedelente,’ zei het lentezonnetje,
‘laat het voorjaar maar stralen…’

Ook goedelente

Ook goedelente 

Ik krabbelde overend en klopte het stof van mijn mantel. Mijn hoed, bij het hangmatzwaaien van mijn gezicht gewaaid, lag een paar meter verderop. In het tempo van misnoegen liep ik erheen, raapte hem op en… Wel verduveld, mijn fazantveren, er was er een geknakt. Ik draaide me om naar de plaaggeest: ‘Welke dwaas heeft jou uit de fles gelaten?’

‘Ojoj… winterhumeurtje meneer de vertellert?’ Hij huppelde naar me toe. Vlak voor me bleef hij staan en griste breedgrijnzend de hoed uit mijn handen. ‘Langs de verkeerde zijde uit het matje gerold zeker.’

Het zonnetje prikte in mijn slaapogen. Een plekje om te schuilen, dat zocht ik. Ah nee, waar was mijn lieve schaduwboom gebleven?

De plager plukte de gebroken veer van mijn hoed en gaf hem aan een zuchtje wind mee. ‘Wie het oude zoekt Heer D, gaat het nieuwe niet vinden.’

Ik pakte mijn hoed terug, zette hem op en liep weg.

Met krakende stem riep hij me na: ‘Ook goedelente Plager. Wat alleraardigst dat u mij dat toewenst, dank u wel meneer D.’

Lieve lente, waar zijn de boomkruinen?

waar zijn de boomkruinen?

Met mijn lieve boom bleken meerdere omgezaagd. Mijn hemel, hoeveel miste ik er eigenlijk? Zestig? Al die prachtige boomkruinen, en het mystieke sfeertje… gewoonweg weg. De hele begraafplaats was overgoten met daglicht nu. Dat had ik niet verwacht. Zeker, mij was bekend dat veel bomen de leeftijd van honderdvijftig jaar bereikt hadden en dat sommige bomen zware windstoten niet zouden overleven, zoveel had de stormachtige zomer van 2021 wel geleerd, maar dat er zo rigoureus zou worden ingegrepen? Eeuwig zonde.

Plof! Daar kwam de plaaggeest uit de lucht vallen. Hij bukte zich om bij wijze van bewegen de voeten onder mijn benen te zagen: ‘Wieeoeuw, wieeoeuw, wieeoeuw!’

Ik zette een laars tegen zijn schouder en schopte hem van me af. ‘Opgeduveld.’

Daarop rechtte hij zijn rug en groeide groot genoeg om mijn wang te kunnen kussen. Vervolgens bulderde hij als een graafmachine, zo luid dat de aarde beefde.

Ik bedekte mijn oren. ‘Moet dit!?’

‘Dat moet. Opdat de vertellert ontwaakt,’ antwoordde de sar nadat hij de rust had laten wederkeren.

‘Een subtiele wijze van wekken had ik prettiger gevonden.’

‘Dat hebben we gefietfuut,’ sprak de koolmees die op mijn arm landde. ‘Maar je stelde je slaapkoppig aan.’ Hup. Naar mijn hand. Twee maal pikte hij in mijn wijsvinger. ‘Goedelente Dyamos. Fietfuut.’

‘Ojoj.’

Met vernietigende ogen keek ik naar de vogel. Ik wilde petsen, maar eer ik hem kon raken was hij gevlogen.

Hallo lentezon

Hallo lentezon

Snel stiefelde ik naar de hoofdingang aan de Javastraat waar ik… Allemachtig nog ’s an toe zeg, ik kon dwars door de hekken heenkijken! Zo kon ik toch in gedachten niet bij de rustenden verkeren? Mijn bewuste werd volledig gegrepen door de auto’s die voorbijraasden.

‘Ieiejoeng-ieiejoeng!’

Wel verduveld, dacht ik, hij weer.

‘Goedelente!’ klonk het boven me.

Ah zie, een goedlachs zonnetje. Een beetje vriendelijkheid kon ik wel gebruiken.

‘Wie vriendelijk doet, die vriendelijkheid ontmoet,’ zei ze terwijl ze zich naar de bodem liet zakken.

Vanuit mijn ooghoeken zag ik hoe de plaaggeest helemaal ineenkromp, hij maakte zich zo klein dat hij zich achter mijn laars kon versteken.

‘Oud leven werd genomen, nieuw leven is gegeven,’ sprak de zon. ‘Kijk dan, langs de hele afrastering zijn taxushagen geplant. Ik overgiet ze met zonlicht, opdat ze stralend groen mogen opgroeien.’

‘Dat opgroeien gaat anders over jaren,’ bromde ik. ‘Tot die tijd liggen de arme zielen op straat. En wat betreft de mystieke sfeer hier, die is ook ter ziele.’

Van een rondleiding

Een rondleiding door de lente

Ze gleed me voor in een wandeling over de begraafplaats. ‘Tijdens de voorjaarsstormen van de laatste twee jaar zijn er zo’n zestig bomen omgewaaid, De veiligheid kwam in gedrang en oude graven werden stukgeslagen.’

Dat had ik gezien, de storm had zowel in het historische gedeelte als op andere plekken brokken gemaakt.

Langs de Javastraat werden zevenendertig nieuwe Lindebomen aangeplant, vertelde de zon, en aan de zijde van de Planetenhof had men Haagbeuken neergezet. Op de kale plekken zou het gras snel sprietig groeien, immers, nu het weer weer droog was, kon er worden gezaaid. Verder wees ze me op de vele gele en paarse lentebloemetjes die tussen graven en op oude boomstammen vruchtbare bodem hadden gevonden. ‘Om vrolijk van te worden toch? Kijk, de stam van de imposante mammoetboom is gespaard, en de roze bloesemboom daarginder staat prachtig mooi te bloesemen.’

‘Komt groei, komt bloei,’ beaamde ik.

‘Zo is het,’ antwoordde ze.

‘En onze dieren, zijn ze op de vlucht geslagen?’

‘De beestjes waren even van hun padje, maar nadat ik mijn warmte liet stralen, meldde zich de buizerd bij zijn oude nest, een paar dagen later zag ik de slechtvalk terugkeren. O… en de vossen, die zijn er ook nog.’

Voor me stak een eekhoorntje over. Hij hupte op de eerste de beste boomstronk en klauterde langs de stam omhoog, om vervolgens razendsnel langs de andere kant weer naar beneden te rennen en een nieuwe boom te beklimmen. Met het aanbreken van de lente had alles en iedereen hier de draad weer opgepakt. Alles en iedereen, behalve ik. Het was tijd om de veranderingen te omarmen.

De plager geplaagd

plager geplaagd

‘Mooi,’ zei de zon, ‘ik zie dat het voorjaar is ingedaald. Ons werk hier is gedaan.’

‘Óns werk?’

‘Het mijne en dat van Plager.’ Ze toverde een kruik tevoorschijn en haalde de dop eraf. Haar ogen flitsten van links naar rechts. ‘Waar is hij nou helemaal gebleven?’

Plager had zich aan de achterkant van mijn laars vastgegrepen en was met me meegereisd. Onderweg had de ellendeling meerdere malen met een speld in mijn been geprikt. Nu ik oogcontact zocht, verging hem het sarren. Zijn wijsvinger strak voor zijn mond houdend schudde hij paniekerig zijn hoofd. Maar het gebaar was aan blindemansogen getoond. ‘Ojoj,’ zei ik met luide stem en draaide de achterkant van mijn been richting de zon.

Ze hief de kruik. ‘Moge de schaduw zich naar het licht begeven.’ Voor even was het stil. Toen: ‘Nu Plager!’

Hij strekte zijn armen langs het lichaam en steeg op naar de zon. Bij het passeren van mijn gezicht stak hij z’n neus in de lucht en bitste: ‘Duvelse verraajert!’

Breedgrijnzend nam ik mijn hoed voor hem af. ‘Ook goedelente Plager.’



Afijn mensen, ik maar wou zeggen, Goedelente ook!

Dyamos…✍🏼

Homepage
Niet van deze Wereld | Quote

Categorieën

Niet van deze Wereld | verhalenblog | Dyamos

Archieven

Bomen begraafplaats

Veel oude bomen bereikten de leeftijd van honderdvijftig jaar. Daarom moesten ze helaas gekapt worden, aangezien het risico bestond dat ze bij zware windstoten zouden omvallen; zoveel had de stormachtige zomer van 2021 wel geleerd. 

Goedelente
Goedelente

Aan de Planetenhof zullen twee nieuwe poorten geplaatst worden die bij de uitstraling van het historische karakter passen.

Het ontwerp ligt momenteel ter boordeling bij de Welstandscommissie.

Goedelente

Speenkruid | Foto Petra Kuipers

Niet van deze Wereld \ verhalenblog

Maandelijks verhalen updates ontvangen ?

Meld u dan hier aan

Toon s.v.p aan dat u WEL van deze Wereld bent.

We spammen niet! Lees ons privacybeleid voor meer info.

Speenkruid | Foto Petra Kuipers 

Veel oude bomen bereikten de leeftijd van honderdvijftig jaar. Daarom moesten ze helaas gekapt worden, aangezien het risico bestond dat ze bij zware windstoten zouden omvallen; zoveel had de stormachtige zomer van 2021 wel geleerd.