Met het opkomen van de eerste zonnestralen komt de lente weer helemaal tot leven. Planten en bomen rekken zich uit naar de hemel, alle dieren dansen hun liefdesdans. Ach mensen de lente is lief, vind u ook niet?

Lente is lief

Verhalenblog | Dyamos | Niet van deze Wereld
Categorie:

Beschouwingen

Datum:

31 maart 2019

Lente is lief.

Verhalenblog | Dyamos | Niet van deze Wereld
Categorie:

Beschouwingen

Datum:

31 maart 2019

Lente is lief

Verhalenblog | Dyamos | Niet van deze Wereld
Categorie:

Beschouwingen

Datum:

31 maart 2019

ALS DE DAGEN LENGEN

Stralend van geluk gniffelt de zon om de blauwe hemel. ‘Wat heerlijk,’ roept ze, ‘eindelijk lente. Zo verkwikkend als de dagen weer lengen.’
Haar warmte blijft niet onopgemerkt, ondergronds wekken de boomwortels die van de planten, tezamen rekken ze zich uit om verbinding met de aarde te zoeken. Krokus durft zijn nek als eerste uit te steken, onderwijl stookt hij het paarse viooltje op om haar muziek te laten opbloeien. In het bos zetten de bosanemoontjes hun witte kraagjes op, en omdat ze met zovelen zijn, lijkt het net alsof de lente een bloementapijt heeft gelegd.
Zachtroze kleurt de boom met knoppen die zich openen als tulpen, Magnoliabloei. Japanse sierkers wil niet achterblijven en laat aan zijn takken duizenden roze bloemetjes bloesemen.

LENTE IN HET WATER

‘Kwaak,’ brult de heidekikker als hij ontwaakt uit zijn winterslaap. ‘Voorjaar? Dan wordt het tijd om een frisse duik te nemen.’ Zodra hij in het water springt, trekt hij een blauwe jas aan, het is immers baltstijd. Oei, concurrentie. Allemaal kikkers die blauw zien van opwinding. De ene ‘baltser’ kwaakt nog harder dan de andere, waar zijn ze, de lieve kikkervrouwtjes? Eenmaal gepaard, kwaakt kikker een zucht van verlichting en neemt zijn bruine schutkleur weer aan.

De trotse fuut blaast op zijn trompet: ‘Fuuterdefuut.’ Zijn wit gemaskeerde kop is getooid met een bruinrood kroontje en zwarte kopveren. Deze meneer is een heuse romanticus. Hij tilt zichzelf boven het water uit, kuif rechtop en borst naar voren. Vrouwtje Fuut mag dat wel, een heer die zo z’n best doet; ze laat zich graag door hem leiden tijdens de paringsdans. Schuddebuikend cirkelen ze over het water, ja, denkt ze, hij wordt de vader van mijn kinderen. Eenmaal de eitjes gelegd, voelt papa zich heus niet te mans voor het broeden, om toerbeurten warmen ze de eitjes. Als de kleintjes geboren worden, nemen papa en mama ze op de rug, totdat ze de koude kunnen trotseren en zelf weten hoe te zwemmen.

Eenzame lentegang

Als egel ontwaakt uit zijn winterslaap gaat hij meteen op zoek naar voedsel, dat doet hij vooral s ‘nachts. Zowel zijn reukvermogen als gehoor zijn bijzonder goed ontwikkeld, opdat hij kevers, rupsen, regenwormen en slakken kan opsporen. Overigens heeft hij slechte tafelmanieren, hij smakt en snuift tijdens het kauwen alsof het een lieve lust is.
Eigenlijk is Egel is een “Einzelgänger,” maar om zich voort te planten zal hij een partner moeten zoeken. Dat kan hij op z’n gemakje doen, want paringstijd pas in mei of juni. Meneer besnuffelt dan het snoetje van het vrouwtje, zij besnuffelt hem. Een eerste indruk kan bedrieglijk zijn, eerst even aftasten, zijn ze voor elkander wel bestemd? Snoetje tegen snoetje cirkelen ze op hun pootjes. Alsof ze in een draaimolen zitten, daarom wordt deze stoeipartij ook wel “egelcarrousel” genoemd. Zie, meneer ziet het “egelen” wel zitten, maar het is het vrouwtje dat bepaalt of en wanneer de stekels neer te leggen. Na de geboorte blijven de kleintjes bij hun moeder totdat ze zelfstandig zijn. En vader Egel? Ach, alleen was hij gekomen, alleen is hij gegaan.

VRUCHTBAAR

Op grasvelden en weiden staan de hazen op hun achterste poten. Er is een vrouwtje gesignaleerd die nog geen minnaar heeft uitgekozen. Maar alle Hazen nog an toe, door uiterlijk vertoon laat de bronstige moerhaas zich toch echt niet leiden. Neen, zij wil een krachtige minnaar. Een krachtige minnaar? Maar dat is niet tegen dovehaasoren gezegd. Onherroepelijk luiden de heren de klokken, daarop volgt een heuse bokswedstrijd. Met voor- en achterpoten bevechten ze elkander, wie wint maakt kans om te paren. Maar wie denkt dat de verliezers zich gewonnen geven als de strijd gestreden is, heeft het mis. De rammelaren vormen een kring rondom het liefdespaar en observeren. Weet de bokskampioen de moerhaas wel echt te verleiden, of twijfelt… Warempel, het verliezersgeduld wordt beloond, want plots kiest mevrouw alsnog het hazenpad en ligt de wedstrijd weer helemaal open. De mannetjes zetten de achtervolging in. Nu wordt het uithoudingsvermogen getest, het is namelijk de rammelaar met de beste conditie voor wie de moerhaas haar hartje wil openen.

Citroenvlinders, dagpauwogen en kleine vosjes, ze zijn in de winter in hoekjes gekropen of hebben zich verstopt in holle bomen, maar zodra de lente lief is, fladderen ze weer naar buiten. Merels laten hun kelen rollen en zingen hun schelhoge liederen om de lijsters te overtroeven en de hommelkoningen verlaten hun holen om te “hommelen.” Straks mogen hun nazaten uitvliegen en van bloem naar bloem hopsen om de vruchtbaarheid door te geven, al wat ze hoeven doen is hun pootjes vegen aan de meeldraden.

Ach mensen, de lente is zo lief. Bent u ook lief voor de lente?

Met vrolijke groet,

Dyamos…✍🏼

Niet van deze Wereld | Quote

Categorieën

Niet van deze Wereld | verhalenblog | Dyamos

Archieven

Verhalenblog | Niet van deze Wereld | Dyamos

Menu

Menu