Van disharmonie naar harmonie?

Zussen voorbij Zusterliefde | Deel 2 |

Harmonie in disharmonie aanbrengen, het is een nobel streven dat ik mijzelf heb opgelegd doch vaker niet dan wel mogelijk om te realiseren. Uit het zicht van het blote oog wringt er namelijk altijd ergens een schoen. Ergens roeren zich emoties die een innerlijke strijd uitvechten, niet zelden wordt die strijd toegeschreven aan andermans schuld. Eenmaal overtuigd van eigen gelijk is disharmonie een gegeven. 

Of Cherize en Citronella, de twee zussen waarover ik vorige week verhaal deed, hun nachtelijk ballet op de Maastrichtse begraafplaats ooit in harmonie zullen samendansen? Dat valt nog te bezien. 

De maan verschool zich achter de wolken, als ontbrak het de nachtwaker aan beweegredenen om zijn licht over de begraafplaats te laten schijnen, een fenomeen waarvoor ik mij enigszins verantwoordelijk voelde. Voor de vierde opeenvolgende nacht stond ik in de duisternis aan het graf van Citronella. Sedert mijn poging om in gesprek te gaan teneinde de twee zussen bijeen te brengen was de lieflijkheid in citroengele jurk niet meer ten dans verschenen. Die last droeg ik op mijn schouders, in mijn streven naar harmonie was ik aan haar geluk voorbijgegaan; mijn ongeduld had het dansvuur in haar hart gedoofd. Dat had ik recht te zetten.

Diverse malen klopte ik bij haar gedenksteen aan. Ze kon mij horen wist ik, of ze naar me wilde luisteren was de vraag. Ik verwoorde mijn berouw en vertrouwde haar toe dat mijn handelen voortkwam uit het feit dat ik in disharmonie was grootgebracht; dat kijvende stemmen uit mijn jonge jaren mijn realiteitszin overschreeuwden zodra ik ongerief meende te bespeuren. De stemmen hielden mij verantwoordelijk voor het voltijds bewaren van de algehele harmonie, het was dwaas om die diepgewortelde overtuiging voor waarheid aan te nemen, dat wist ik maar al te goed, en toch deed ik dat. Ik meende altijd de woelige sfeer in vredesbanen te moeten leiden. Met excuses hoopte ik haar vertrouwen te winnen opdat ze aan mij zou verschijnen; opdat ik kon herstellen wat ik had stukgemaakt. Maar helaas, van Citronella geen gehoor. 

Ik begon mij af te vragen, paste het negeren van mijn pogingen tot vredesluiten bij de woorden van Cherize? Was Citronella inderdaad van zwijgen tot in het graf en tot in het naleven? Of was ze zo van mij geschrokken dat ze ervan moest bekomen? 

lk stond op en zielsfluisterde haar toe dat ik in de vroege ochtend terug zou keren met een verrassing. 

Maestro... Musica

Bij het neerdalen van de eerste zonnestralen wandelde ik naar Citronella’s graf om aldaar twee zanglijsters te ontmoeten. Ik had hen op de hoogte gesteld van mijn misslag en gevraagd mij te helpen. Wellicht konden ze een klassiek fluitconcert voor Citronella fluiten, zo mooi dat ze haar dansvoeten niet kon bedwingen. Eenstemmig hadden ze ingestemd. 

Toen ik arriveerde zag ik dat ze met z’n zessen waren aangevlogen. Ze waren druk in gesprek. Waarover ze piepten kon ik niet verstaan, maar ik begreep dat het groepje nog niet compleet was. Werkelijk fabuleus, er waren dus nog meer vogels in aantocht. Met die gedachte klonk het gefladder in de lucht. Ik keek op en zag mussen en koolmezen, op de staart gezeten door merels, roodborstjes en kwikstaartjes. O… en een spreeuw? Mijn verzoek had zich blijkbaar heel breed rondgesnaveld. 

De zanglijsters gingen op Citronella’s witte gedenksteen zitten. Een van hen tikte met snavel drie maal af. Daarop begon iedereen tegelijkertijd in het wilde weg te tjilpen. De kelen werden gestemd, piepend geknars dat in mijn trommelvliezen sneed. Al snel roerde de leidster van de zanglijsters zich, ze ging boven de groep vliegen en bekte de koorleden toe. En warempel… na een tijdje klonk er een harmonisch fluitconcert. Herkende ik hier een stuk van? Jazeker, deze muziek was uit de opera van Bizet, Carmen. Door iedereen perfect gefloten. Behalve dan door die ene gespikkelde vogel, vol overgave spreeuwde hij uit de maat. Ik zocht de kogeloogjes van de lijsterdirigente maar steeds als ik haar blik ving, kopte ze het kopje de andere kant op. Daarop wierp ik de zwarte vogel zelf een waarschuwingsblik toe, die hij op zijn beurt valser dan vals interpreteerde, nog luider dan daarvoor schreeuwde hij boven de gebekte tonen van de zangvogels uit. Ik sloeg de handen voor mijn gezicht. Lieve hemel, de vogel floot totaal aan het doel van dit concert voorbij, iemand moest hem het zwijgen aanzeggen. 

De wanklank werd aangenaam verzacht door een citroengeurtje dat door de lucht vleugde. Ik keek op en daar was ze… Citronella. Ze liep naar de spreeuw en legde twee vingers op zijn kopje. De vogel sloot zijn oogjes en onderwierp zich aan haar streling. Hij zweeg, voor even… Citronella stapte achteruit en pakte haar rok vast, ze wiegde de voiles in de maat van de muziek maar haar voeten dansten niet mee. Vanuit haar ooghoeken keek ze naar mij. Ik knikte en stond op, het was niet mijn plaats om haar te aanschouwen. In rustig tempo wandelde ik naar de Gotische kapel, waar ik niet kon zien wat zich afspeelde maar waar ik wel kon horen. Ik luisterde naar het vogelconcert… en naar het schreeuwen van de spreeuw. Lastige momenten om de natuur haar eigen gang te laten gaan.

Van een gesprek onder vier ogen

Ik werd wakker toen de zon het hoogste punt bereikt had. Voor me zat Citronella. De huid van haar gezicht deed perzikzacht aan en haar ogen… ik moest even gaan verzitten. Haar ogen… ik zag er de sterren in schitteren. 

‘Wat zit je te kijken?’ 

‘Neem me niet kwalijk, ik was even met mijn gedachten.’ 

‘Welke gedachten?’

‘Onnozele gedachten.’ Ik stond op en schudde haar de hand. ‘Mijn naam is…’ 

‘Ik weet wie je bent. Dat vertelt zich hier rond zodra je je verschijning laat zien, wat dat betreft is het hier net als in een dorp, de roddels vliegen over en weer.’ Ze schaterlachte om haar eigen woorden. Toen: ‘Heb je al gehoord van hij die zegt over de zielen te waken, werd me gevraagd? Niet? Dan pas maar op. Hij spuit alsmaar zijn mening over leven dat niet meer terug te draaien is.’ 

‘Dat klinkt niet heel positief.’ 

Haar vingers gleden door de gouden haren. ‘Nee, niet echt.’ 

‘Toch ben je naar mij gekomen?’ 

‘Om je te bedanken. Had je de vogels niet gevraagd om voor mij op te treden dan had ik misschien nooit meer gedanst.’ 

‘Het minste wat ik voor je kon betekenen, immers, voordat we elkaar konden spreken, had ik je met mijn bemoeienissen al van de danspaden verjaagd.’ 

Ze stond op en kwam een stap nader. Ze keek me zo doordringend aan dat ik even op mijn benen wankelde. ‘Is het waar Dyamos, dat je mijn zus en mij bijeen wilt brengen?’ 

Ik knikte en zette snel een pas achteruit. ‘Dat was inderdaad mijn intentie, maar het is geen goed plan zo blijkt. Je durft niet eens vrijelijk in het Hiernamaals te bewegen.’ 

‘Maar je hebt met Cherize over mij gepraat. Toch?’

‘Ja.’

‘Dan weet je ook of ze echt met mij in gesprek wil? Vertel me Dyamos, wat heeft ze gezegd?’ 

Het was niet aan mij om Cherize’s woorden met Citronella te delen maar ik voelde me als werd ik betoverd. Voordat ik mezelf tot de orde kon roepen rolde het verhaal van Cherize over mijn lippen. Ik vertelde dat ze ervan uitging dat Citronella nog steeds boos was, maar dat ze geen idee had waar die boosheid vandaan kwam; dat ze een aantal malen bij leven geprobeerd had om de ruzie uit te praten maar dat Citronella nooit meer een woord met haar had willen wisselen. ‘Volgens mij vreest ze dat je haar niet vergeven hebt, toen we jouw graf bezochten vroeg ze mij de boosheid niet op te graven.’

Citronella luisterde zonder een spier te vertrekken. Na mijn uit de school klappen bleef het stil totdat de avond viel.  

‘Cherize maakte overal een wedstrijd van,’ klonk het ineens. ‘Ze wilde altijd in alles de beste zijn.’ 

Ik stond op, schonk twee glaasjes rode wijn in en overhandigde haar een glas. 

‘Dankjewel.’ 

Ik vond het leuk om haar van de wijn te zien nippen, ze genoot er zo van. Nee, dacht ik, Citronella is niet zuur, Citronella is fris. En daarom past haar die naam. 

‘Ik ging erin mee,’ gaf ze toe. ‘Achteraf denk ik dat mijn wedijveren voortkwam uit boosheid. Ik zei er nooit iets van maar inwendig ergerde ik me mateloos aan de de wijze waarop ze het gevecht met me aanging. Ze moest en zou me verslaan. Ik accepteerde dat competitieve gedrag, totdat…’

‘Totdat?’

Ze nam even een paar tellen voor zichzelf en dronk haar glas leeg voordat ze verder sprak. ‘Totdat Dyamos, ze met de liefde van mijn leven trouwde.’ 

Zes jaar was ze samen geweest met haar vriend. Nadat hij haar ten huwelijk had gevraagd opende Cherize de jacht. Overal waar zij en haar vriend waren dook ook haar zus op. Die twee kregen het zo gezellig met elkaar dat Citronella zich soms buitengesloten voelde. Op een dag zag ze Cherize met haar grote liefde lopen in het Maastrichter stadspark, ze liefstreelde hem. 

Twee zussen, twee verschillende verhalen. Ik had de neiging om het laatste verhaal te geloven, doch op mijn eigen oordeel vertrouwen kon ik niet. Want zie, mijn mening was gedurende deze dag nogal gelig gekleurd, zou ik niet bij de les blijven dan zou deze dame mij zomaar in vervoering kunnen brengen. 

‘Vannacht,’ zei Citronella ineens. ‘Vannacht wil ik dat je me naar Cherize brengt.’

‘Weet je het zeker?’ vroeg ik. 

‘Heel zeker,’ antwoordde ze, ‘Ik wil niet langer boos zijn.’

In het licht van de nachtwaker

En zo geschiedde, tot groot genoegen van de nachtwaker. Toen we naar Cherize’s rustplaats liepen knipte hij eindelijk het maanlicht aan. Dat gaf me moed. Want naarmate we korter bij Cherize kwamen namen mijn twijfels toe. Ik kende niet het hele verhaal. Zeker, het stelen van een liefde was voldoende aanleiding voor een breuk, maar ik voelde dat er een diepere oorzaak aan de wrijving ten grondslag lag, ik kon er alleen niet de vinger op leggen. Bovendien, zo realiseerde ik me, had ik Cherize moeten inlichten alvorens haar zo onverhoeds met haar zus te confronteren. Afijn, het was te laat voor had ik maar… 

Aangekomen op bestemming legde ik mijn hand op Citronella’s schouder. ‘Ben je er klaar voor?’ vroeg ik.

‘Ik ben er klaar voor,’ antwoordde ze. Haar stem klonk zelfverzekerd. 

Even later was er die oogverblindende lichtstraal die mij opnieuw een aantal tellen het zicht ontnam. Eenmaal bijgetrokken zag ik ze staan, recht tegenover elkaar. In de ogen van Citronella zag ik niet langer de sterren schitterden. Verschrikt keek ik van het ene gezicht in het andere. Cherize’s voorhoofd was gefronst en de lippen waren strakgetrokken, haar ogen zagen groener dan het groenste gras. 

Harmonie brengen in deze nacht? Dat bleek een heel slecht idee. 

Voor een verteller die midden in een verhaal leeft is niet altijd duidelijk waarheen de lijnen voeren, wellicht leiden ze me volgende week naar het einde. Of niet.

U allen een harmonieuze week toewensend verblijf ik met genoegen,

Dyamos…✍🏼

Het slot van ‘ZUSSEN voorbij ZUSTERLIEFDE” staat ook online: Bemiddelen, bezint eer ge begint. Om te lezen klikt u op onderstaande knop. 

Dyamos

Aan handgeschreven zinnen is zorg besteed, ze zijn oprechter dan berichtjes die met de snelheid van een bliksemschicht over het internet vliegen

2 gedachten over “Van disharmonie naar harmonie?

    1. Niek,

      Ik ben, hoe zal ik het verwoorden, onzichtbaar aanwezig, doch benaderbaar voor hij of zij die zich durft open te stellen voor het onbekende.

      Met hartelijke groet,

      Dyamos

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.