Zussen voorbij zusterliefde | Deel 1

Wie mij kent weet dat ik eeuwen geleden ben neergestreken op de Algemene Begraafplaats van Maastricht alwaar ik mij bekommer om hen die onder de zoden slapen. Zij die aan mij verschijnen vertellen over hun aardse bestaan. Het is de afstand die maakt dat ze hun blik op het geleefde leven kunnen verruimen. Hun ervaringen mag ik graag doorverhalen, maar evengoed doet het mij genoegen om te schrijven over zielen die hun geestesbestaan in het Hiernamaals voortzetten op een wijze als had er nooit een oversteek plaatsgevonden.

Voorbij de zusterliefde, een verhaal van twee zussen die niet met elkaar in gesprek willen…

Zussen - Niet van deze wereld - Dyamos

Bezoek zonder ontmoeting

Avond na avond zag ik twee vrouwelijke zielen hun aardse gestalte aannemen. Opvallende verschijningen waren het, met engelenhaar dat glansde in het maanlicht; flanerend over de paden van de begraafplaats dansten hun pijpenlokken op de schouders. Ze moesten zelf lachen om hun jurken met voiles waarvan de rokken bij het ronddraaien klokten als bloeiende rozen. De een droeg een kersrode jurk, de ander een citroengele. Daarom duidde ik ze als Cherize en Citronella. Ongetwijfeld zussen concludeerde ik, want ze hadden niet alleen hetzelfde haar, ook hun ogen oogden eender, het waren net hazelnoten. Wel was er een verschil in lengte, Cherize was een stuk kleiner dan haar zus. 

Van een gemoedelijke sfeer onderling was geen sprake, de zussen verschenen namelijk om beurten, alsof ze hadden afgesproken elkaar nooit in geesteslijve te ontmoeten. Terwijl ze zich wel tot elkanders graf aangetrokken voelden, nachtelijks bezocht de ene ziel het graf van de ander, maar het bleef er stil en donker. Nadat de bezoekster haar rug had gekeerd en zich te ruste had gelegd, kwam de zusterslaapster tevoorschijn. Op haar beurt drentelde zij naar het graf van haar zus, alwaar het ook weer stil en donker bleef. 

Nachten achtereen aanschouwde ik het tafereel van bezoeken en ontlopen. Ik wilde er het mijne van weten, maar me inmengen in wat leek op een onoverkomelijk geschil vond ik ongepast. Wellicht zou mettertijd het zelfinzicht groeien en tot verzoening leiden. Daarom besloot ik de nacht af te wachten waarin de ene zus toenadering tot de andere zocht. Maar dat duurde en duurde. En zie, ook al reikt mijn voortbestaan tot in het oneindige en heb ik voor eeuwig de tijd, wil dat niet zeggen dat ik het ongemak maar in de lucht moet laten hangen. Per slot van rekening is het aan mij om de geesteswereld een beetje mooier te maken, niet? Wellicht dat ik de zussen van dienst kan zijn door hen een zet in de juiste richting te geven, dacht ik, ik ga toch actie ondernemen. Anders en oprecht gesteld, mijn intentie om het initiatief aan het Universum te laten werd ingehaald door mijn ongeduld. 

Cherize

Zussen -2 - Niet van deze Wereld - Dyamos

Op zekere nacht wandelde ik Citronella tegemoet. Zij verscheen namelijk altijd als eerste, ook dat leek afgesproken. Toen ze me in het vizier kreeg, groeiden haar ogen. ‘Ik wil het niet,’ riep ze en koos het hazepad. 

Ik liet haar lopen, wellicht was zij de schuchterste van de twee zussen. Misschien was Cherize spraakzamer, ik draaide me om en wandelde naar de rustplaats van de dame in rode jurk. Daar ging ik op de grond zitten en wachtte af. Na een tijdje wierp de maan een lichtstraal over de gedenksteen die zo fel was dat ik even niks meer zag. Een paar tellen later stond Cherize voor me, ze keek me vragend aan. 

‘Op wie wacht je?’ vroeg ze. 

Ik kwam overend, klopte het stof van mijn kleren en knikgroette haar. ‘Op jou Cherize, ik wacht op jou.’ 

‘Apart. Kennen wij elkaar?’ 

‘Neem me niet kwalijk, Dyamos is mijn naam.’ 

‘Nou Dyamos, wat verschaft mij de eer?’

‘Eerlijk? vroeg ik. Nieuwsgier. Ik zie je alsmaar over deze begraafplaats dwalen. In sierlijke tred, jouw voortbewegen lijkt meer op dansen. Maar je bent de enige niet. Er danst hier nog iemand in het maanlicht. Zijn jullie zussen, er is zo veel gelijkenis?’

Ze wilde wel iets zeggen maar de verontwaardiging ontnam haar de woorden. Dus zette ik mijn relaas voort. ‘Jullie bezoeken altijd elkaars graf, alleen, jij verschijnt pas als Citronella uit beeld verdwenen is. Ik zie jullie nooit samen.’ 

Ze moest lachen om de namen die ik hen toebedeeld had. Meteen daarna gleed de ernst weer over haar gezicht. ‘Onze kwestie is de jouwe niet. Beter blijf je op afstand.’ 

‘Het is zo zonde,’ probeerde ik. ‘Ik heb de indruk dat jullie een onenigheid mee naar het hiernamaals hebben gesjouwd, die, wanneer jullie elkander blijven ontlopen, onuitgesproken blijft. Van een samendans zal het dan niet komen.’ 

‘Dat lijkt me de juiste conclusie, Dyamos. Zoals gezegd, het zijn jouw zaken niet. Waarom bemoei je je met ons?’  

‘Sedert eeuw en jaar bekommer ik mij om zielen die hier hun rustplaats hebben. Voor hen die hun zielenrust nog niet gevonden hebben mag ik graag iets betekenen.’

‘Dus jij denkt dat wij onze rust niet hebben gevonden?’ 

‘Zo is het. Waarom anders bezoeken jullie zussen nacht na nacht elkaars gedenksteen zonder van de ontmoetingsgelegenheden gebruik te maken die het Hiernamaals biedt?’

Ze haalde haar schouders op. ‘Juist omdat ik haar mijn zusterliefde wil tonen, het is een boodschap van genegenheid maar dan vanaf een afstandje. Dat kan toch? Misschien kan ze het voelen.’ Ze blikte naar de grond. ‘De beweegreden van Citronella om naar mij te komen ken ik niet. Als je dat wilt weten, zul je haar zelf moeten vragen.’ 

‘Was je van plan om nu richting Citronella te lopen?’ 

‘Je vraagt naar de bekende weg.’ 

‘Dat is waar. Ik wil je graag vergezellen, mag het?’ 

Haar blik gleed langs mijn gestalte, van boven naar beneden en weer terug. Daarop glimlachte ze kort. ‘Graag.’

Over vergane tijden...

De nacht was vredig en warm maar niet heel stil, de krekels tsjirpten zelfs lawaaierig. Nu en dan zoefde een nachtuil door de lucht, die vlucht verliep nagenoeg geruisloos. Verder klonk het knisperen van onze voetstappen in de steentjes. Na een poosje van wandelen vertelde ik Cherize dat ik haar zus had gezien en dat ik op haar had willen afstappen, maar dat Citronella meteen had aangegeven met mij niet in gesprek te gaan. Ze was weggelopen.

‘Typisch,’ antwoordde Cherize. 

‘Waarom?’ 

‘Citronella houdt niet van uitpraten, het is zo’n zwijgster weet je wel. Duidelijk laten merken dat er iets aan de hand is maar er helemaal niks over zeggen. Ook niet als je ernaar vraagt. Keek ze boos Dyamos? Ach, laat het antwoord maar zitten, ik weet hoe ze is. Citronella kijkt altijd boos.’ Onder het vertellen fronste ze haar wenkbrauwen en maakte strakke lippen, de mondhoeken zo ver mogelijk naar beneden getrokken. ‘Met die blik houdt ze iedereen op afstand.’ 

‘Ze kwam op mij niet boos over, eerder bevreesd,’ antwoordde ik. ‘Heel begrijpelijk, ze kent me niet.’ 

‘Ha! Dat denk jij. Je hebt hier toch een functie? Je vertelt mij net dat je ons nacht na nacht hebt zien wandeldansen? Nou, dan neem maar van mij aan dat zij jouw aanwezigheid heeft opgemerkt nog voordat jij je kon afvragen of wij zussen waren. Citronella kijkt namelijk altijd op zich heen. Ze heeft ongetwijfeld uitgevist wie toch de mansfiguur is die haar in de gaten houdt. Op basis van de ingewonnen informatie zal ze geconcludeerd hebben dat het je niet om haar te doen was.’

Haar blik was afwachtend, alsof ze mijn reactie van het gezicht wilde lezen. Ik greep terug naar de kern van ons gesprek. ‘Is ze is boos op jou? Heb je iets gedaan waar ze niet overheen komt?’

Cherize haalde haar schouders op. Ze kon me niet vertellen wat ze niet begreep. Zij en haar twee jaar oudere zus waren als kinderen zijnde altijd samen geweest, maar als jongvolwassenen had Citronella zich ineens tegen haar gekeerd. Iets was het verkeerde keelgat in geschoten, maar wat? Cherize wist het niet. ‘Het moet iets onbenulligs geweest zijn,’ zei ze, ‘anders had ik wel onthouden wat de aanleiding voor de breuk was.’

Bij de gedenksteen van haar zus aangekomen vroeg ik of ze klaar was voor een ontmoeting. Zo ja, kon ik haar zus aanroepen. 

‘Doe maar niet,’ antwoordde ze. ‘Citronella kennende laat ze toch niet van zich horen. Trouwens, ik sta ik hier liever met jou dan met haar. Ik merk dat ik nog niet klaar ben voor de volgende stap, door dit gesprek wordt veel oud zeer opgerakeld.’

‘Je hebt gelijk Cherize, ik ga te snel. Excuseer. Het is niet mijn bedoeling om je te belasten met ongemak.’ 

‘Geeft niet, van jou kan ik het wel hebben.’ 

‘Van je zus niet?’

‘Sommige dingen in het leven gebeuren nou eenmaal, ik heb het geaccepteerd en losgelaten. Samen oude koeien uit de sloot halen zal de ruzie ongetwijfeld opnieuw doen oplaaien. Voor mij hoeft dat niet. Dat begrijp je toch wel?’

Ik knikte. ‘Het zou ook niet eerlijk zijn ten opzichte van Citronella. Ik moet het gesprek eerst met haar aangaan alvorens jullie samen te brengen.’

Ze kwam een stap nader en pakte me bij de arm. ‘Waarom zou je dat doen? Er ligt hier zo veel boosheid begraven. Dat heb je zelf aangevoeld, waarom anders heb je haar Citronella genoemd. Die naam is zo goed gekozen, mijn zus is erg zurig van aard.’ Even tilde ze haar wenkbrauwen op. ‘Dat geldt overigens niet voor kersen Dyamos, kersen zijn overheerlijk zoet.’ 

Ik kon natuurlijk niet over een nacht ijs, het is daarom dat het verhaal over de twee zussen zich niet binnen een blogpost laat opschrijven.  

Met genoegen,

Dyamos ..✍🏼

Het vervolg van ‘ZUSSEN voorbij ZUSTERLIEFDE” staat ook online: Van disharmonie naar harmonie? Om te lezen klikt u op onderstaande knop. 

Dyamos

Ik ben, hoe zal ik het verwoorden... ongewoon. Niet zichtbaar aanwezig. Echter, benaderbaar voor eenieder die kennis durft te maken met het onbekende.

4 gedachten over “Zussen voorbij zusterliefde | Deel 1

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.